Het begon in ’94, toen m’n pa bij een oud huis een plank loshaalde. Op de achterkant stond een naam en een jaartal. Meer niet, maar hij vond het mooi. Iemand had dat ooit geschreven en hij had het ontdekt. Ik was toen nog leerling bouwvakker, hij een oude rot in het vak.
Vanaf dat moment gingen we ook dingen verstoppen, vooral bij renovatieklussen. De holle ruimtes in oude muren waren favoriet. Bij nieuwbouw deden we het soms ook – een handtekening achter het behang – maar dat voelde anders.
’s Avonds aan tafel hadden we het over wat we die dag verborgen hadden. Rare krabbels op muren of een playboy achter de lambrisering. Niks geks. Gewoon geintjes.
In het begin waren onze teksten eenvoudig: “Ik was hier.” Later werden we lolliger: “Onthouden: de cryptosleutel ligt drie meter diep bij de eik.” Eén keer gingen we echt te ver. Met Halloween kochten we een schedel. Die legden we achter balken in een oude kolenkelder. We zagen het gezicht van de arme vinder al voor ons! Daarna werden we serieuzer. Alsof we iets moesten vastleggen voor later. “1999: brood kost ƒ 1,29.”
Godverdomme, wat mis ik die lach van m’n pa.
We waren samen al maanden bezig met de renovatie van de oude toren in het dorp. Vond die ouwe prachtig. Was ook echt vet. Tot hij van de steiger donderde. De koffie hadden we nog niet eens op.
Na z’n dood ben ik ermee verder gegaan. Met die toren-klus. En die briefjes. “Misschien gaan we er allemaal aan. Dus dure noodradio gekocht.” Maar de lol was eraf. Van alles eigenlijk. Het leven ging gewoon door. Dat was misschien nog wel het ergste. Want voor mij was niks meer hetzelfde nu m’n pa thuis op de kast stond. In zo’n urn-geval.
Vannacht bedacht ik het opeens. Ja, mijn pa had het een goeie grap gevonden. Tijdens de lunch haalde ik de urn uit m’n rugzak. De deksel zat er goed op. Niemand in de buurt. Achter een losse steen verstopte ik ‘m vlug. Met een briefje erbij: ‘Voor wie dit ooit vindt’:
“Mijn pa was een bouwvakker, net als jij. En ik. Hij leerde me alles. Ik mis zijn humor. Hier is hij thuis. In deze toren, waar hij stierf op de bouw. Wil je hem aub weer verstoppen? Thx maat. Hier is tien euro. Drink een biertje op ’m.”
Afbeelding is gemaakt door ChatGPT
Dit verhaal over een toren stuurde ik in voor een schrijfwedstrijd van Schrijven Online en de Schrijverstoren. Er deden 300 schrijvers mee. Mijn inzending kreeg een eervolle vermelding: “In ‘Een laatste geintje’ neemt Maaike van den Bosch ons mee in de herinneringen van een zoon die zijn vader verliest zonder dat het zwaar wordt. Goede ontwikkeling naar een emotioneel einde. De setting met de toren voelde een beetje gezocht.”



